DAG 25 Chioggia - Comacchio
23 September 2021 - (KM 84/1.491)
REITSMA’s REVENGE…….
Vandaag word ik gestraft voor mijn eigenwijzigheid in het afwijken van het door de routemaker voorgeschreven traject. Met de overvloed aan te passeren rivieren en het gebrek aan bruggen, ben ik regelmatig gedwongen een stukje autoweg te nemen.
De dag begint met een terechtwijzing, als ik langs het onbijtbuffet wil gaan. “Wat gaan we doen, meneertje ?” vraagt de korte, gedrongen vrouw maat m3, die ruim voorzien is van tattoos en juist niet van hoofdbeharing; een zogenaamd makkelijk kapsel, ook wel pottenkop genoemd. Blijkbaar mag je ivm corona niet zelf het buffet benutten. Als ik zie met welk een mini-portie de vrouw voor mij terugkomt, lijkt het mij meer een aktie van de afdeling cost-cutting.
Om niet straks uitgehongerd van mijn fiets te vallen, ben ik genoodzaakt op slinkse wijze mijn rantsoen aan te vullen. Ik ben bang dat de nacalculatie voor het hotel niet goed uitpakt vandaag….
Het eerste stukje fiets ik langs de kust van Sottomarina, totdat ik stuit op de eerste rivier. Het blijkt de eerder gememoreerde Brenta te zijn; het lukt mij maar niet die havermoutstroom van me af te schudden.
Bij elke rivier moet ik dus de autoweg op. Geen pretje, want ik rij op een strook van 50 cm, terwijl vrachtwagens vlak langs mij heen razen over de smalle tweebaansweg. De meeste hebben een Oosteuropees kenteken, wat niet veel vertrouwen geeft in de alertheid van de chauffeurs. Na elke auto probeert de bijbehorende windvlaag mij tegen de vangrail te werken en moet ik ook nog glas en ijzerdraad proberen te ontwijken om mijn banden heel te houden.
Gelukkig vind ik tussendoor genoeg kleine weggetjes over het platteland. Meestal langs desolate leeggelopen dorpjes met gesloten winkels. Eenzame boeren zwoegen op het veld, waar het harde bukwerk vaak wordt verricht door immigranten, die ook in Italië niet welkom zijn, maar wel verdomd handig en goedkoop. Ik ontmoet veel blaffende honden, die niet bijten, zegt men. Maar mijn onderbenen zijn na bijna 1.500 km trappen uitgegroeid tot een lekker hapje voor elk kuitenbijtertje. Gelukkig ben ik nog steeds ontsnapt aan happende hondenkaken.
Na een stuk of 7 andere rivieren, passeer ik de grote Po en ben ik inmiddels inderdaad pisnijdig op het verkeer. Een zijweg biedt even later een uitweg naar het toepasselijke plaatsje Piano. Rustaaaahg ben ik weer na een espresso-tje bij de plaatselijke Bar, die verrassend genoeg wordt gerund door een Chinees. Dat de koffie 80 eurocent kost, zegt waarschijnlijk wel iets over het welvaartsniveau van de streek. Lekkel goedkoop !
De alternatieve B-weg die ik vind heeft een G-wegdek en is eindeloos recht. De grootste
opwinding ontstaat nog na een sanitaire stop, wanneer ik mijn sokken en schoenen overdekt zie met scherpe en lastig te verwijderen distels. Als ik gehurkt een bijdrage zou hebben geleverd aan het plaatselijke mestoverschot, had dit heel wat pijnlijker af kunnen lopen.De rivier Po di Goro (da’s toch dubbelop ?) vormt de grens tussen de provincies Veneto en Emilia Romagna. Ik volg deze een tijdje door een Hollands landschap over een stil dijkweggetje; zelfs de wind tegen voelt als thuis. Onderweg zie ik een bordje Laghetto dei Cigni, wat Zwanenmeer betekent, vermoed ik (omdat er een zwaan bijstaat😀). Vol verwachting, met de klanken van Tsjaikovski in mijn hoofd, rij ik het weggetje in. Helaas zitten er slechts 3 miezerige voor KLM afgekeurde zwanen achter het riet. Deze teleurstelling wordt even later bij het plaatsje Volcano ruimschoots gecompenseerd door een grote groep prachtige roze flamingo’s.
Добрый день dan maar in plaats van Buongiorno!!











Reacties
Een reactie posten